‘Langs diplomatieke weg’: over het lenen van een manuscript in oorlogstijd
Negentiende-eeuwse geleerden die middeleeuwse manuscripten bestudeerden, waren vaak afhankelijk van bibliotheken die bereid waren tot uitleen. Hoe zorgde men dat een manuscript veilig werd verzonden en terugkeerde in een politiek instabiele situatie?
Op 25 oktober 1864 ontvangt Willem George Pluygers (van 1859 tot 1879 hoofdbibliothecaris van de universiteitsbibliotheek van Leiden) een brief van de Duitse geleerde Detlef Detlefsen, met een beleefd verzoek om een middeleeuws manuscript te mogen lenen. Detlefsen werkt aan een ambitieus project: een kritische editie van de Naturalis Historia van Plinius de Oudere (ca. 23/24-79 na Chr.). Om een betrouwbare tekst van dit 37 boeken tellende klassieke werk over de natuur vast te stellen, vergelijkt hij manuscripten uit heel Europa. Het negende-eeuwse manuscript LIP 7 uit de Universiteitsbibliotheek Leiden is daarbij van groot belang: het is een oud exemplaar met een goede overlevering van de tekst. Om zijn onderzoek te kunnen voortzetten, vraagt Detlefsen daarom of Pluygers het manuscript naar hem wil opsturen, zodat hij het thuis in Flensburg kan bestuderen.
Tegenwoordig is zoiets bijna ondenkbaar, maar in de negentiende eeuw kwam het regelmatig voor dat historische manuscripten werden uitgeleend voor gebruik in een andere bibliotheek of bij geleerden thuis (zie bijvoorbeeld ook deze blog: Blame it on the mailman: Nietzsche and the Vossianus Graecus 18). Het uitleenbeleid van de Universiteitsbibliotheek Leiden stond bekend als bijzonder liberaal. Tegelijkertijd waren de bibliothecarissen zich bewust van de risico’s die de uitleen van vaak eeuwenoude en kostbare handschriften met zich meebracht. Aan de hand van de leenaanvraag van Detlefsen laat deze blog zien welke afwegingen de bibliothecarissen maakten wanneer een handschrift op reis ging in onzekere tijden.
Oktober 1864: aanvraag afgewezen
Detlefsen is in 1864 geen onbekende voor de Leidse Universiteitsbibliotheek. In 1858 heeft hij al eens een handschrift geleend en hij beschouwt onderbibliothecaris Willem Nicolaas du Rieu als een oude vriend. Toch wordt zijn aanvraag van 1864 in eerste instantie afgewezen. Het antwoord van de bibliotheek, zoals samengevat in het register van verzonden brieven, luidt: ‘Het gevraagde Plinius Hs. kan hij krijgen, maar de interimaire toestand van Sleeswijk Holstein maakt, dat niemand officieel kan instaan, waarom hij zal moeten wachten.’ (BA1 M24)
Detlefsens aanvraag loopt vast omdat de politieke situatie in zijn thuisland te instabiel is. Zijn woonplaats Flensburg ligt namelijk vlak bij de huidige grens tussen Denemarken en Duitsland, in het hertogdom Sleeswijk. Sleeswijk en het aangrenzende hertogdom Holstein waren nog maar kortgeleden het toneel geweest van een oorlog. Formeel waren de hertogdommen eigendom van de Deense koning, maar onduidelijkheid over de troonsopvolging en groeiend nationalisme onder de deels Deenstalige, deels Duitstalige bevolking maakten dat het gebied al jaren onder hoogspanning stond. Bemoeienis van de Duitse Bond met het lot van Sleeswijk en Holstein leidde uiteindelijk tot een inval door Pruisen en Oostenrijk, met als resultaat dat de Deense koning gedwongen was het gezag over de hertogdommen aan deze landen over te dragen.
Hoewel er als sinds juli 1864 een wapenstilstand gold, werd het Verdrag van Wenen, waarin deze bepalingen werden vastgelegd, pas op 30 oktober 1864 getekend. Op het moment van Detlefsens aanvraag - zijn brief werd op 25 oktober in Leiden ontvangen - is het dus nog onzeker wie het in het gebied voor het zeggen heeft. Dit lijkt in de verdere onderhandelingen over het handschrift het grootste probleem te zijn. LIP 7 kan alleen worden uitgeleend als er een officiële autoriteit is, liefst een stabiele overheid, die de verantwoordelijkheid voor het transport op zich kan nemen.
November 1865: ‘langs diplomatieke weg’
Om dit voor elkaar te krijgen, moeten er verschillende instanties worden ingeschakeld, zoals blijkt uit de correspondentie rondom Detlefsens tweede aanvraag van LIP 7. Op 5 november 1865 schrijft hij opnieuw naar hoofdbibliothecaris Pluygers. Detlefsen heeft inmiddels een uitgever gevonden voor zijn Plinius-editie en hij heeft LIP 7 nodig om zijn onderzoek compleet te maken. Wat de zaak iets makkelijker lijkt te maken, is dat hij inmiddels is verhuisd naar Glückstadt in Holstein. Detlefsen erkent in zijn brief dat de situatie ook in Holstein nog wat onzeker is, maar hij acht de regering daar stabiel genoeg en belooft plechtig om in geval van oorlog het handschrift zo snel mogelijk weer terug te zenden.
Het antwoord zoals opgetekend in het brievenregister van de bibliotheek geeft aan dat de bibliothecaris geen bezwaar heeft dat Detlefsen het handschrift gebruikt, maar dat hij het niet op persoonlijke titel durft te verzenden. Er is echter een alternatief: ‘om de wil van Plinius en zijn uitgever zal de Bibl. gunstig beschikken voor de aanvraag, als die langs diplom. weg geschiedt’. (BA1 M24)
Deze ‘diplomatieke weg’ heeft waarschijnlijk te maken met het principe van diplomatieke onschendbaarheid: aan diplomaten en hun koeriers moest in principe vrije doortocht worden verleend. Uit de correspondentie van de universiteitsbibliotheek blijkt dat Detlefsen in november 1865 contact zoekt met de Oostenrijkse gouverneur van Holstein, die zijn verzoek doorstuurt naar Baron de Langenau, minister van de Oostenrijkse keizer in Den Haag. Deze vraagt bij Pluygers het handschrift voor Detlefsen aan. Plugyers verzoekt de Oostenrijkse gezant vervolgens om ook het Nederlandse ministerie erbij te betrekken. Zo worden zowel de Nederlandse als de Oostenrijkse overheid ingeschakeld om een veilig transport van het handschrift te garanderen.
Vanaf dat moment verloopt de leenaanvraag niet meer via de bibliotheek, maar via het college van curatoren van de Universiteit Leiden, dat het contact met het Ministerie van Binnenlandse Zaken onderhoudt. Als het handschrift klaar is voor transport wordt het dan ook niet rechtstreeks vanuit de bibliotheek verzonden: op 30 december stuurt Pluygers een brief, met daarop als bijlage aangemerkt ‘Met één Handschrift’, aan de curatoren. Enkele dagen later, begin januari 1866, sturen de curatoren het handschrift door naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken ‘met verzoek van zorg te willen dragen voor de verdere expeditie daarvan’. (AC2 139) Hoe het van daaruit precies vervoerd werd blijkt uit de bibliotheekarchieven niet, maar het is aannemelijk dat de Nederlandse en Oostenrijkse regering zoals afgesproken zorgden voor het transport naar Glückstadt.
Voorjaar 1866: ‘wegens staatkundige omstandigheden terug te zenden’
Na bijna twee maanden van onderhandelingen is het handschrift dan eindelijk onderweg. Een omslachtige weg is het wel. Pas op 23 januari 1866 kan Detlefsen beginnen met het bestuderen van de 377 bladen tellende codex. Op 10 april schrijft hij nog aan onderbibliothecaris Du Rieu dat hij meer tijd nodig heeft, maar een antwoord staat in het brievenregister niet meer genoteerd. Het lijkt erop dat men in Leiden ondertussen angstvallig het nieuws in de gaten hield. Hoewel Oostenrijk en Pruisen sinds eind 1864 gezamenlijk het gezag over Sleeswijk-Holstein voerden, ontstonden er tussen de voormalige bondgenoten al snel spanningen. De relatie tussen Pruisen en Oostenrijk bleef zodanig verslechteren, dat beide landen zich in het voorjaar van 1866 voorbereidden op een militaire confrontatie. In de loop van april en mei brachten zowel Pruisen als Oostenrijk hun leger in een staat van algehele mobilisatie.
Deze zorgwekkende ontwikkelingen lijken voor de bibliothecarissen in Leiden de aanleiding te zijn om LIP 7 terug te roepen. Op 12 mei 1866 wordt in het brievenregister kort de strekking van een bericht aan Detlefsen genoteerd: ‘Verzoek t HS. wegens de staatk. omstandigheden terug te zenden.’ De diplomatieke weg wordt weer in werking gezet en op 16 juni ontvangen de curatoren een brief van het Ministerie met daarbij ‘eene van het Oostenrijksch gezantschap ontvangen kist bevattende het handschrift, dat uit de bibliotheek Uwer Hoogeschool werd geleend aan Dr Detlefsen’. Op 19 juni wordt LIP 7 als terugontvangen genoteerd in het leenregister van de bibliotheek. Net op tijd, want op 15 juni was met een Pruisisch offensief de Oostenrijks-Pruisische oorlog begonnen.
Tussen 1866 en 1882 publiceerde Detlefsen in delen zijn editie van de Naturalis Historia. In het voorwoord van het eerste deel worden Pluygers en Du Rieu bedankt voor hun hulp, maar uit de uiteindelijke publicatie alleen zou je nooit vermoeden hoeveel diplomatieke en logistieke organisatie eraan voorafging om slechts één van de benodigde handschriften te kunnen bestuderen. Een kijkje achter de schermen bij de Universiteitsbibliotheek laat echter zien hoe sterk handschriftenonderzoek in de negentiende eeuw afhankelijk was van de medewerking van bibliothecarissen, universiteitsbesturen, overheden en in sommige gevallen internationale machtspolitiek.
Bronnen en verder lezen
Archiefmateriaal
Universiteitsbibliotheek Leiden, Archieven van de Universiteit Leiden - Curatoren, 1815-1877, AC2 139-140.
Universiteitsbibliotheek Leiden, Archieven van de Universiteit Leiden - Curatoren, 1815-1877, AC2 203.
Universiteitsbibliotheek Leiden, Archieven van de Universiteit Leiden - Universiteitsbibliotheek (deel 1) (BA1), BA1 M24-M25.
Universiteitsbibliotheek Leiden, Archieven van de Universiteit Leiden – Universiteitsbibliotheek (deel 2) (BA2), BA2 S373.1.
Universiteitsbibliotheek Leiden, BPL 2426, Brieven van D. Detlefsen aan Jacobus Geel (1789-1862). Universiteitsbibliotheek Leiden, BPL 2432, Brieven van D. Detlefsen aan Willem George Pluygers (1812-1880).
Literatuur
Berkvens-Stevelinck, Christiane, Magna Commoditas: Leiden University's Great Asset. 425 Years Library Collections and Services (Leiden University Press, 2012).
Carr, William, The Origins of the Wars of German Unification (Routledge, 1991).
Detlefsen, D., C. Plinii Secundi. Naturalis Historia. Vol. 1 Libri I-VI (Weidmann, 1866).
Reeve, Michael D., ‘The Editing of Pliny’s Natural History’, Revue d’histoire des textes 2 (2007), pp. 107-179.
Satow, Ernest, A Guide to Diplomatic Practice. Third edition (Longmans, Green and Co., 1932).